Finlandblog
Finlandblog
Koud & donker?
Blogs
2026
2025
Nieuwe liefde
In 2025 heb ik gedurende de maand februari als writer in residence gewerkt in het Arteles Creative Center in Haukijärvi, een afgelegen plaatsje in de omgeving van Nokia. De stille schoonheid van het land en de ingetogenheid van de bewoners hebben minstens evenveel indruk op me gemaakt als de ervaring om me gedurende zo’n lange periode in betrekkelijke afzondering aan een schrijfproces te wijden. Ik denk dat in die maand de liefde voor Finland is ontstaan.
Wanneer ik over mijn nieuwe liefde vertel, is vaak de eerste reactie: ‘Zo koud! Zo donker! Waar begin je aan?’ Alsof men mijn liefje geen warm hart wil toedragen of de zon niet op haar gezicht wil zien schijnen. Natuurlijk, we kennen elkaar nog niet zo lang. Maar groeit de liefde niet juist door te ontdekken, door te aanvaarden wat tegenvalt en dat evenzogoed te omarmen als hetgeen gewenst is en je in vervoering brengt?
Ik vertel je graag over mijn ervaringen en de ontwikkelingen in mijn relatie. De blogs zijn niet op chronologische wijze geschreven, maar ik zal proberen ze op de juiste plaats in de tijd te zetten. De meest recente staat of staan in cursief.
Jouw reactie is van harte welkom!
Ystävällisin terveisin,
Arno
Blogs
2026
2025
mei 2026
Leuk bericht: de Finnen zijn gek geworden.
In een door AI gedomineerde wereld waarin F35’s nog sneller zijn dan voorheen, drones nog doelgerichter en koelkasten – hoewel dat weinig met het onderwerp van doen heeft, maar ter illustratie – nog slimmer, in die wereld laten de Finnen zeppelins op. Niet voor het leuk, maar om de grens met de Oosterbuur te bewaken. Is dat nodig? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ja dus.
Maar in tegenstelling tot het grootste deel van Europa bewaakt Finland zijn autonomie al decennialang en op zeer intensieve wijze; men wil de overheersing niet nog een keer meemaken. Dat is ook de reden waarom de meeste volwassenen – man of vrouw, want dat onderscheid wordt in de Finse maatschappij al lang niet meer gemaakt – weten hoe je een landmijn moet demonteren. Daarom informeren Finnen momenteel massaal naar de data van de herhalingsoefeningen omdat met het schieten en oefenen met granaten niet wil verleren. Daarom heeft ieder flatgebouw in Finland een schuilkelder en is van overheidswege een voedselvoorraad aangelegd voor als het toch mis zou gaan. Hier geen getrut met onduidelijke instructies over wat nu eigenlijk een noodpakket is en wat erin hoort te zitten, en zeker geen invloed van commerciële partijen; in al het noodzakelijke is gewoon voorzien.
En daarom ontwikkelen slimme mensen mogelijkheden om die ellenlange grens zo goedkoop en effectief mogelijk te bewaken. Met zeppelins. Die Finnen zijn zo gek nog niet. Verwerkt in een Nederlands reclamespotje: een beetje van Finland en een beetje van Hindenburg. Geniet ervan!
Maar in tegenstelling tot het grootste deel van Europa bewaakt Finland zijn autonomie al decennialang en op zeer intensieve wijze; men wil de overheersing niet nog een keer meemaken. Dat is ook de reden waarom de meeste volwassenen – man of vrouw, want dat onderscheid wordt in de Finse maatschappij al lang niet meer gemaakt – weten hoe je een landmijn moet demonteren. Daarom informeren Finnen momenteel massaal naar de data van de herhalingsoefeningen omdat men het schieten en oefenen met granaten niet wil verleren. Daarom heeft ieder flatgebouw in Finland een schuilkelder en is van overheidswege een voedselvoorraad aangelegd voor als het toch mis zou gaan. Hier geen getrut met onduidelijke instructies over wat nu eigenlijk een noodpakket is en wat erin hoort te zitten, en zeker geen invloed van commerciële partijen; in al het noodzakelijke is gewoon voorzien.
En daarom ontwikkelen slimme mensen mogelijkheden om die ellenlange grens zo goedkoop en effectief mogelijk te bewaken. Met zeppelins. Die Finnen zijn zo gek nog niet. Verwerkt in een Nederlands reclamespotje: een beetje van Finland en een beetje van Hindenburg. Geniet ervan!
april 2026
Hoe onderscheid je een extraverte Fin van een introverte? De eerste kijkt naar de punten van jouw schoenen en de tweede kijkt naar zijn eigen schoenen. Het is een grap waar de Finnen zelf ook om kunnen lachen. Men overspoelt elkaar duidelijk niet met in emotie gedrenkte woorden, maar is dat introvert? Ik zou het liever een aangename vorm van terughoudend willen noemen. Wellicht heb ik echter de ‘ware Fin’ nog niet ontmoet.
Ik was op zoek naar brandhout voor de tegelkachel. De vorige eigenaar van ons huis had me geadviseerd eens bij de boeren in de omgeving te vragen en me tevens het adres van een handelaar doorgegeven die klapi zou verkopen. Hem probeerde ik als eerste. Nee, de man had geen gedroogd hout meer op voorraad. Ongedroogd hout vind ik ook prima, zei ik hem. Ik had het immers voorlopig nog niet nodig en kon het zelf te drogen leggen. Dat is geen klapi, zei hij. Of ik dan misschien ongedroogde klapi kon kopen? Nee, hij verkocht alleen klapi. Duidelijk.
Later in dezelfde week was ik op weg naar zee toen ik langs een aftandse tractor fietste, een kloofmachine en een boer die het geheel bediende. Ieder stuk dat hij op de stapel gooide gaf een heldere ploink. Droog hout: klapi! dacht ik en stapte af. Ik had pech. Het was allemaal voor eigen gebruik, maar wacht! Hij toverde een mobieltje uit zijn opgelapte broek en belde naar Herre Perre Hiistamine (meende ik te begrijpen). Helaas had zijn maat ook alles zelf nodig.
Zo schoot het niet op met mijn klapi en ik vroeg me af of ik niet hier en daar een berkenboompje kon omzagen, of toch eerst meer moest lezen over Jokaisenoikeudet; het allemansrecht dat in Finland geldt.
De volgende dag toerde ik met mijn auto dieper de provincie in. Ik verliet de grote weg en reed vrijwel direct langs een boerderij met op het erf een groot aantal pallets, volgeladen met wat niet anders dan brandhout kon zijn. Opgewekt parkeerde ik en repeteerde nog eens mijn Finse zinnetje: Hei, haluan ostaa klapeja.
Ik was de voordeur tot halverwege genaderd toen deze langzaam openging en een oudere man naar buiten stapte. Hij keek me kort aan, draaide in het voorbijgaan zijn hoofd van me af en hield zijn ogen strak op de grond gericht. Verbaasd zag ik hem langs mijn auto lopen en de poort uitgaan.
Ei ei, zei de dame na hem. Ze sloot de voordeur en passeerde me zonder oogcontact te maken. Ze was al voorbij toen ik nogmaals mijn zinnetje probeerde. Nee nee, riep ze voor zich uit en in ganzenpas sloegen ze samen een landweggetje in.
Vanaf een verlaten erf keek ik ze na. Nog steeds zonder brandhout, maar mijn introverte Finnen had ik gevonden.
april 2026
En daar sta je dan, me je tevreden oudhollandse kop in de lokale Finse Sanomat. Nee, ik had het er niet op aangelegd; me als buitenlander bij het instappen niet opvallender gedragen dan de meest introverte finneling. Er was een bustour, twee uur lang want er is heel wat te vertellen over deze plaats; er was een vriendelijke Fin naast me op de achterbank die me van een Engelstalige vertaling voorzag en er was een journaliste die graag wilde weten wat ik er als niet-inwoner van had gevonden.
Met haar ging ik na afloop koffiedrinken. Of ik aan de haven goed vond, of ik binnen goed vond, of ik de tafel in de hoek goed vond. Finnen zijn beleefd, overleggen en bieden ruimte. Het werd een twee-richtingen interview, waarin we elkaar om en om vragen stelden en ik probeerde meer inzicht te krijgen in de Finse volksaard. Bijvoorbeeld door te informeren naar de bijna magische karaktereigenschap sisu; in het woordenboek Suomi – Hollanti – Suomi van Henk Schouwvlieger en partner Aune Mäkynen-Schouwvlieger (aha!) vertaalt als: ‘moed, volharding, doorzettingsvermogen, verbetenheid.’
De journaliste beaamde de waarde van deze eigenschappen, volledig van toepassing op het karakter van haar landgenoten. ‘Maar er wordt ook een druk op je gelegd’, vervolgde ze. ‘Je hóórt ook sisu te hebben; krachtig te zijn en altijd door te gaan. Opgeven is geen optie. Wij Finnen doen niet aan smalltalk, maar zelfs in de meest openhartige gesprekken met vrienden is in de ruimte tussen flauwekul en bloedserieus vaak geen plaats voor het uitspreken van gevoelens van onmacht of vertwijfeling. Daarom doe je stoer mee met de anderen, hoewel dat onoprecht en heel alleen kan voelen. Ik denk dat niet-weten of niet-kunnen soms ook een kracht kan zijn. Ik ben echter een van de weinigen die er zo over denkt.’
april 2026
Ik denk dat je ole hyvä in het Finse taalverkeer kunt inzetten voor alles wat leidt tot een prettige dynamiek of daartoe aanspoort. (Ik weet het niet, maar denk het wel, op zijn Trumpiaans.) Ole hyvä heeft een positieve connotatie. Voor de mensen die tekenaar Peter de Smet kennen en zijn volledig ontspoorde stripfiguur De Generaal: het is het equivalent van: en hop! Van: daar gaan we! of van het vriendelijk meegaande: prima!
In Finland wordt het veel gebruikt. De dirigent besluit er de aankondiging mee van een optreden van zijn maandagavond dameszanggroepje, het wordt gezegd bij het uitserveren van koffie met ‘iets lekkers’ (welke hopman heeft ooit deze kleutertaal geïntroduceerd?), maar ook de weerman op tv gebruikt het als bruggetje bij het overschakelen naar de volgende animatie. Goed bedoeld past het altijd.
Vandaag passeerde ik de schuifdeuren van de plaatselijke Jysk, het wat grauwe Deense equivalent van die Zweedse gigant met zijn witte Billy’s en seniorenontbijtjes. Direct na het warmtegordijn liep ik aan tegen wat ik zocht: een hele grote tafel, met extra aanvulstukken te verbouwen tot een hele grote supertafel met volop ruimte voor nóg meer knutselhobby’s in de komende jaren. Het was een showmodel, met enkele schaafwondjes en daarom heel veel korting. Mijn! dacht ik hebberig en snelde naar de kassa. Ik betaalde en vroeg aan de verkoopster wanneer ik de tafel in gedemonteerde toestand kon meenemen, want met de poten er nog aan paste het onmogelijk in mijn auto.
‘Wanneer je maar wilt’, antwoordde ze.
‘Dus nu kan ook?’
‘Jazeker.’ Ze boog zich voorover, zette een mandje met gereedschap op de toonbank en schoof dat glimlachend naar me toe. ‘Ole hyvä’, zei ze.
april 2026
Vanochtend legde een Fin me in het Engels uit waarom men in dit land geen smalltalk door de conversatie weeft. Hij gaf als voorbeeld de situatie waarin de één een vraag stelt aan de ander. Voordat de vragensteller zijn mond opendoet heeft hij redelijk helder wat hij wil weten en ook hoe hij dat gaat verwoorden. Dat is zijn doel en misschien zou je het zelfs een missie kunnen noemen: vragen goed formuleren. Daarmee vergroot je niet alleen de kans op een inhoudelijk correcte reactie, maar wordt ook de ander de mogelijkheid geboden zíjn doel te bereiken: het geven van een juist antwoord.
‘Daar past geen chit-chat bij. Dat verwart en leidt alleen maar af van waar we elkaar willen vinden, in een geslaagde communicatieve transactie waarin beide partijen elkaar naar beste kunnen van dienst zijn geweest.’
In zin waarover is nagedacht. Bij sommigen is het ‘praten om het praten’ bijna gekmakend aanwezig. In Finland kom je dat niet veel tegen, wanneer ik deze man mag geloven.
‘Het is doelloos’, zei hij, ‘dus waarom zou je?’
Vanmiddag liep ik naar de koffiezaak op de hoek van het marktplein. Op het bankje bij de kerk zag ik twee heren van, hoe zal ik dat eens zeggen, mijn leeftijd. Rijp middelbaar. Ze zaten met de bovenlichamen iets naar elkaar toe gedraaid en met de hoofden wat schuin, zoals je dat een hond kunt zien doen die luistert naar een beestje in het gras. Ze keken naar hetzelfde brokje rots dat aan hun voeten zijn kop boven het pad uitstak. In het voorbijgaan zag ik één van beiden plotseling knikken en vervolgens zijn hoofd oprichten om de ander in de ogen te kunnen zien. Wat hij zei kon ik niet verstaan, maar het klonk me in de oren als: ‘En zo gaan we het doen!’
Hier gebeurt het! dacht ik. Op dit houten bankje worden eerst zinsconstructies tegen het licht gehouden, woorden gewogen, bedachtzame formuleringen aaneengesmeed. Pas dan volgt weer een stukje gesprek. Geen geneuzel tussendoor. Als mannen met een missie; in alle rust recht op hun doel af.
maart 2026
Wanneer iemand je vertelt ‘Fins te leren’ (de optimist), is de kans groot dat diegene is begonnen met Duolingo. In ieder geval ben ik er zo één. Duolingo geeft geen grammaticale uitleg, je moet gewoon lekker meedoen en proberen het te begrijpen. Het is tenslotte gratis. Kan nòg een vreemde taal er wel bij? Dat gaat best, denk ik. Voornamelijk wanneer het een keer lukt en ik een verband weet te leggen, denk ik dat graag.
Een voorbeeld van zo’n helder moment: Ben je dikke maatjes met iemand dan heb je een ystävä. Zou degene een jongen zijn, dan noem je hem een poika. Wordt het echt close dan heb je een poikaystävä; een boyfriend dus. Kijk, nu gaat er een lichtje op! (Doe deze oefening voor jezelf: tyttöystävä.)
Andere keren staar ik naar het scherm en daar blijft het bij: staren naar aan elkaar geplakte woorden. Wanneer je een woordje Welsh spreekt, en wie doet dat niet, dan herken je ongetwijfeld: ‘Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch’ (‘De kerk van St. Mary in de holte van de witte hazelaar dichtbij de snelle draaikolk van de kerk van St. Tysilio met de rode grot.’) Misschien had je wat moeite met de kleur van de hazelaar, maar waarschijnlijk begreep je verder toch heel aardig hetgeen werd bedoeld.
Zover ben ik helaas nog niet wat het Fins betreft. Het blijft een ‘uitdaging’, met soms alle bestanddelen die het geheel tot een zin maken bij elkaar in slechts één woord gepropt.
Ostoskohtaisiko? is bijvoorbeeld een heel normale vraag van een vriendelijke verkoper die wil weten: ‘Zou deze aankoop jullie van pas komen?’ Help.
Gelukkig spreken de meeste Finnen ook uitstekend Engels (Onneksi suurin osa suomalaisista puhuu erinomaista englantia.) Hurraa!
maart 2026
Heel Nederland lijkt het hogerop te zoeken. Dat is natuurlijk overdreven, maar ik heb de indruk dat de Noordse landen als vakantiebestemming erg populair worden. Denemarken is lekker dichtbij, Zweden is ook best te doen en wanneer je eenmaal daar bent kachel je in een halve dag door naar Noorwegen. Of je gaat deels met de boot, dan kom je uitgerust aan.
En Finland? Finland is mijl op zeven. Natuurlijk kun je vliegen. Heel de wereld is zo ongeveer binnen een etmaal bereikbaar, dus dat geldt zeker voor Helsinki airport. Maar wil je er op een andere manier naar toe, met auto of trein en een stukje met de boot, dan moet je daar tijd voor uittrekken. Je moet wat moeite doen om Finland en de Finnen te bereiken.
Jawel. De komende jaren gebruiken we ons huis als vakantiehuis. In de tussenliggende periodes staat het leeg en daarvoor is een huis niet gebouwd. We stellen het daarom beschikbaar aan bijvoorbeeld:
- schrijvers of andere kunstenaars, om ongestoord te werken
- mensen die zich tijdelijk willen terugtrekken van het dagelijkse leven
Er is plaats voor 4 personen en je kunt er ook de vakantie met partner of gezin doorbrengen. We maken er echter geen tralala-airbnb-feestje van, we gunnen je een verblijf in ons huis maar het is niet ons verdienmodel. Rustige, verantwoordelijke mensen die we kennen of voorafgaand hebben gesproken zijn van harte welkom. Op de sites Uusikaupunki en Ukilife staat veel informatie. Over wat daar niet te vinden is kun je het beste even mailen.
Dus eventueel...?
De kortste afstand in kilometers van Utrecht naar:
- Nice is 1350 kilometer
- Uusikaupunki is 1750 kilometer + een nacht op de boot
En de afstand...
februari 2026
Is het niet vreemd? Nog even en ik mag met een seniorenkaart minder duur mee met de trein, krijg korting bij bezoek aan musea en wanneer ik me een beetje aanstel en wat krom ga lopen mag ik vast vooraan staan wanneer koning of president in défilé voorbijkomt. Maar toch. Alle oefening en ervaring ten spijt kan het nemen van hobbels even spannend blijven als zo’n eerste keer, wanneer je bijvoorbeeld het jongste buurmeisje wel eh, leuk vindt, of zo, en nauwelijks durft te vragen of zij, misschien, met jou…
Vanmiddag bestelde ik koffie met een glutenvrij kaneelbroodje. De jonge vrouw achter de toonbank knikte en antwoordde dat ze het zou komen brengen. We hadden elkaar zonder aarzeling begrepen en opgetogen ging ik zitten. Het kriebelde in mijn buik. Het voelde als een halve eeuw geleden, alsof de vrouw van de broodjeszaak het meisje met de beugel was geworden die me zojuist mijn eerste zoen had gegeven. Gelukt, yes!
februari 2026
In de kelder van het huis ligt een rotsblok. Het heeft een behoorlijk formaat: een meter of 4 lang, zo’n anderhalve meter breed en ongeveer 1.20m hoog. Wat doet het daar? Waarom ligt het juist op die plaats? Om te beginnen met de eerste vraag: het brengt rust. Misschien klinkt dat vreemd, maar telkens wanneer ik het licht aanknip lijkt de rots me te zeggen:
‘Yo! Ik ben er nog. Ik was hier al eeuwen voordat jij geboren werd en het moet wel heel gek lopen wil ik je niet ook enkele eeuwen overleven. Ik ben jouw grote zijn voorbeeld. Ik doe niet, ik beweeg niet, ik anticipeer of wanhoop niet. Verwachtingen zijn mij vreemd, evenals hoop of teleurstelling: ik ben, that’s it.’
Het is een aangename sensatie in die koude kelder: er alleen even zijn.
Een modern mens houdt dat echter niet lang vol en schakelt al snel over op de andere vraag: waarom, waarom juist daar, op die plaats? Je mag aannemen dat de bouwers van het huis niet in een later stadium hebben besloten de benedenverdieping met wat rots op te leuken, en ze na de bouw ook niet het keldertrapje afdaalden en verrast waren over het gesteente dat ze daar aantroffen. Men heeft welbewust om de rots heen gebouwd. Miksi?
Het huis is gebouwd in 1945 en uit dat jaar dateert tevens de eerste luchtfoto waarop het staat afgebeeld. Volop ruimte daar beneden, zou je denken. Een stukje naar links of naar rechts kan best. De lange banen aan weerszijde van het huis duiden op landbouw en dat beoefenen boeren bij voorkeur op vlakke grond. Dus waarom is juist een huis neergezet rondom de enige puist aan het pad dat er zijn kop opsteekt?
In de Kalevala, het “Epische werk der Finnen” zoals het soms ronkend wordt genoemd, speelt de relatie tussen rotsen en de mythologie een belangrijke rol. Rotsen vormen daarin een thuisbasis van helden en zijn symbolen van wijsheid.
In 1945 had Finland net de Winteroorlog achter de kiezen, vrijwel direct gevolgd door de Vervolgoorlog. Bedachtzaamheid, rust en stabiliteit waren toen meer dan welkom. Zou het huis daarom op die plaats zijn gebouwd, opdat het kon steunen op de fundamenten van de Kalevala?
februari 2026
In de afgelopen 12 maanden ben ik vier keer van Clermont Ferrand naar Helsinki en terug gevlogen. Dat is veel te vaak, dat ben ik met je eens en het zal niet meer gebeuren. Ik koos altijd voor Air France en in het vergeten deel van Frankrijk waar ik woon is dat tevens de enige kleur waaruit gekozen kan worden. Helaas, voeg ik daar onmiddellijk aan toe, want van die vier reizen werd ik slechts één keer probleemloos op Franse zwanenvleugels gedragen. Op de andere reizen klapperde het behoorlijk onderweg en viel ik telkens van vertraging in annulering in noodgedwongen hotelovernachting.
Past dit verhaal in een blog over Finland? Niet heel erg. De bestemming was telkens Helsinki, dat wel. Geen sterk argument. Maar los van de kleine stille hoop dat een zelfstandig opererende medewerker met financiële beslissingsbevoegdheid van Air France-KLM dit stukje leest en eindelijk over de brug komt met de vergoedingen waarop ik recht heb, is het voor jou misschien leuk om te weten wat je allemaal krijgt in zo’n situatie. Dat is niet mis!
Om te beginnen: 1200 sms’jes, mailtjes en berichtjes via de app. Dan, na de vloek, de grom en de zucht, volgt het wachten en het hangen, het ronddrentelen en voordringen en vervolgens de zwaan-kleef-aan optocht naar weer andere balies. Daar krijgen we: vouchers! Een voucher voor een nootje of glaasje op het vliegveld (ja leuk, ik blijf nog even) en een voucher voor een hotel, als je geluk hebt tenminste en niet alles zelf hoeft te regelen. Het belangrijkste wat men je echter geeft is een papieren boardingkaart voor de volgende ochtend – maar zover is het nog niet.
Wat krijg je nog meer? Een mooie witte kunststofzak, afgesloten met een stickertje waarop staat dat het inpakken is gedaan in wat ooit een sociale werkplaats werd genoemd. Ik ben te moe om de relevantie van deze informatie te doorgronden, maar zekerheidshalve maak ik het heel zorgvuldig open. Wat heeft men er allemaal ingestopt? Niet iedereen is zo gelukkig een noodpakket van AF te ontvangen, dus ik vertel het je graag. Om te beginnen: 2 (twee) wattenstaafjes. Met een houten stokje (mind you!) want ze zijn natuurlijk wel van het milieu bij Air France en ze hebben bovendien een grote liefde voor zeepaardjes. Je mag zelf je methode kiezen: ééntje voor ’s avonds en de ander de volgende ochtend; of het ene stokje voor het linkeroor, de ander voor het rechter en de stokjes dan zo neerleggen dat het de volgende ochtend na 5 uur slaap nog duidelijk is welke kant je moet nemen.
Verder: een wegwerp scheermesje. Tip: gebruik het alléén voor het gezicht en doe dat met de grootst mogelijke voorzichtigheid. Van biologie herinner ik me de volgorde: opperhuid – lederhuid – onderhuids vetweefsel. Ik doorploeg ze alle drie. Let goed op de kleine lettertjes die zijn gedrukt op de zakjes scheergel en tandpasta, want de verpakkingen zijn wel volledig identiek maar de inhoud is onverwacht anders van smaak. Ja! een tandenborstel met houten handvat. Top. Een eeltrasp. Ik kan een dag zonder, maar je zult er maar om verlegen zitten. Shampoo of douchegel? Ja kom zeg, daar mag het hotel voor zorgen. Als klap op de vuurpijl: een fris ruikend wit T-shirt, one size fits all wanneer je niet al te stevig bent. Air France hadden ze er wat mij betreft niet op hoeven afdrukken, maar toch voelt het als een cadeautje.
Dit krijg je allemaal van Air France. En, eerlijk is eerlijk: 2 maanden na dato wordt de vergoeding op mijn bankrekening gestort.
Voor de laatstejaars zit het erop. De lessen zijn afgelopen en om dat te vieren worden de leerlingen in carnavaleske kleding rondgereden door het centrum. Drie rondjes, want het plaatsje is niet zo groot en anders is het wel heel snel afgelopen. Nog vier weken blokken voor de examens.
Een dag later zijn dezelfde jongens en meiden op de markt voor de traditionele dans waarmee de oudste leerlingen afstand nemen van de school. Het is moeilijk voor te stellen dat deze prachtige jonge mensen de smurfen en cowboys van gisteren zijn.
Sommige meiden dragen niet meer dan een witte bolero op hun galajurk. Wanneer ze hun armen heffen en een rondje draaien, worden door het opengewerkte rugpand heen ruitjes huid zichtbaar. Het is min 15.
Vanochtend stond hij voor de deur om het huis van binnen te zien: Risto-Matti, de stut en toeverlaat die ’s winters iedere week sneeuw komt schuiven en zal controleren of de elektrische kachels nog werken en de waterleiding niet gesprongen is. We maken de afspraken mondeling. De betaling (gewoon maar alles in één keer?) lijkt bijzaak en vooral wil hij filmpjes laten zien van verre familie aan tafel in Frankrijk, zijn vakanties in Parijs en zijn vrouw – kijk, daar, linksonder in beeld. Na twintig minuten vertrekt hij weer en heb ik de sleutel van mijn huis toevertrouwd aan iemand die ik nooit eerder had ontmoet.
Het vriest 25 graden en mijn dochter neemt de proef op de som. Ze vult een beker met kokend water, gaat ermee naar buiten en gooit de inhoud van de beker in een ruime boog over zich heen. Er blijft niets van over, geen druppel valt naar beneden. Slechts een klein beetje mist blijft even hangen en verdwijnt dan ins blaue hinein. Wat natuurkunde ons leren kan.
februari 2026
De vliegtuigmotor buldert een rij of vijf voor me. Wanneer ik mijn voorhoofd tegen het raampje druk en de romp volg naar links, zie ik hoe de lucht daar minder doorzichtig wordt en transformeert in een melkglasachtige trilling. Zou ik een diagonaaldenker zijn met dissociatieve aspiraties, dan kon ik nu achteroverleunen in mijn stoel; tevreden met de bevestiging dat alles voor mij verborgen wordt gehouden – het reservoir waaruit manipulerende chemicaliën worden gesproeid niet uitgezonderd.
Boven de eilandengroep Åland begint de glijvlucht richting Helsinki. In feite zijn er geen eilanden zichtbaar, het zijn brokken rotsig land geworden die zich moeizaam door ijs naar boven drukken. Alles lijkt bevroren en te zijn omgezet in een koude wereld, wachtend op meer zon. De duizenden watertjes tussen de rotsblokken zijn verdwenen en de Botnische Golf om dit alles heen is een verstilde witgrijze zee zonder golven geworden.
Op het hoofdeiland lijken alle meren gevuld met gevriesdroogd graniet. Ook hier is met uitzondering van de rookpluimpjes boven de boerderijen geen enkel teken van leven. Er rijdt geen auto, er loopt geen vee, er is geen mens. Voordat we de oversteek naar het vasteland maken zie ik op een van de laatste eilandjes toch nog een zwart figuurtje, scherp afgetekend tegen het geel van zijn woning. Ik herken zijn houding, zo loop ik thuis ook met mijn armen vol stookhout. Net voordat ik hem uit het oog verlies houdt hij even in; misschien om naar boven te kijken, naar de twee witte staven in de blauwe lucht die ons voortduwen. Om daar zijn gedachten over te hebben.
Het vriest 25 graden en mijn dochter neemt de proef op de som. Ze vult een beker met kokend water, gaat ermee naar buiten en gooit de inhoud van de beker in een ruime boog over zich heen. Er blijft niets van over, geen druppel valt naar beneden. Slechts een klein beetje mist blijft even hangen en verdwijnt dan ins blaue hinein. Wat natuurkunde ons leren kan.
januari 2026
Voor mensen die slap en beroerd, katterig of echt ziek worden door gluten, is Finland the place to be: het Gluteeniton Valhalla.
Als volwaardig glutenintolerant kun je het bijna niet geloven. Ga naar de Hesburger (de Finse Mac, maar zonder bijsmaak) en bestel een hamburger met een glutenvrij broodje. Doe het aan de balie of bij de automaat, dat maakt niet uit, en je krijgt een glutenvrije hamburger! Niemand zegt: I’m very sorry to inform you that this option is not implemented in our system yet (UK), Quoi? (FR), of: Hebbewenie (NL).
De eerste keer ontbreekt het nog aan voldoende vertrouwen. Omdat je niet weer een doorwaakte nacht op het toilet wilt doorbrengen informeer je zekerheidshalve of het werkelijk zo is, of men het goed begrepen heeft.Weet u het zeker, is het echt glutenvrij? Finnen zijn even duidelijk als beleefd en je kunt derhalve bij de Hesburger (of wegrestaurant of waar dan ook) een reactie verwachten waarbij de mond zegt: Alles is hier glutenvrij, of bijvoorbeeld: op de bordjes staat toch waar gluten inzitten? Tegelijkertijd zeggen de ogen: als je nu niet ophoudt met zeuren heb ik liever dat je weggaat. Dankbaar druip je af.
In de supermarkt, want je wilt ook wel eens thuis eten, ga je alleen voor het brood naar een aparte afdeling. Daar vind je broodjes, bolletjes, stokbroodjes. Allemaal vers en in grote variatie. Rond, plat, van haver gebakken, met rozijnen, gesneden of aan het stuk; alles wat normale mensen zo gewoon vinden. Maar wel: gluteeniton. Wat je verder aan boodschappen nodig hebt staat tussen de rest van het winkelassortiment, met een duidelijke vermelding en een begrijpelijk logo. Buitengewoon aangenaam. Want je wilt niet in de afdeling glutenvrij naar de pasta moeten zoeken, maar in de schappen met pastasoorten een glutenvrije variant kunnen vinden.
Wellicht kun je de beschaving van een land aflezen aan hoe overheid en bedrijfsleven omgaan met burgers die niet mainstream zijn, maar waar een rafelrandje aan zit; een scheurtje onderin of met enkele flinke deuken hier en daar. Met iedereen dus eigenlijk, want overal zit wel een steekje los. (Met uitzondering natuurlijk van regeringsleiders met rare kapsels. Die zijn normaal.)
januari 2026
Optie 1
Het schijnt Nederlandse folkore te zijn: sloop alles uit het huis wat je net hebt gekocht. De keuken, de badkamer, vloerbedekking en tussenmuur: het dondert niet, alles moet eruit want alles moet nieuw. Plattegrondjes komen eraan te pas, kleurenwaaiers en tijdschema’s, en mensen die er verstand van hebben – inclusief iemand van de bank. Tempo maken in snel eigen maken om herinneringen te kunnen maken. De slapeloze nachten duren lang, maar overdag gaat het van huphuphuphuphup en vervolgens: genieten maar! Zou kunnen.
Optie 2
Een jaar lang op mijn handen zitten en overal vanaf blijven. Niet hameren en boren en ook niet uitbreken of bij voorbaat weggooien wat ik later misschien zal waarderen of waar ik gewend ben geraakt. Zaken waarover ik dan wellicht zal denken: eigenlijk is het wel best zo. Een jaar om het huis aan te voelen, om de geuren en geluiden te leren kennen en om bezoekjes aan de rots in de kelder te brengen. (In den beginne schiep Hij de aarde met alles erop en eraan en met hier en daar een stenen puist. Een mindere God legde om één van die rotsblokken de fundamenten en bouwde daar zijn huis bovenop. Het onze.) Tijd genoeg om daar eens rustig over te peinzen.
En dus ga ik op de bovenverdieping niet direct aan de slag met links en rechts van de schoorsteen wandjes zetten en er een deurtje inhangen om er een kamertje te maken met een leuk verfje en ander behangetje en een aardig kleedje op de vloer. (Er is meer dan ruimte genoeg in huis en nodig is het zeker niet, maar toch, handig als extra extra kamer, of zo. Qua optimale huisbenutting. Kunnen meteen die lelijke spotjes weg.) Ga ik niet doen.
Ja, jammer. Dat wel.
maart 2025
Voor Fleur
Zou er nog geen Nederlands werkwoord bestaan voor: ‘het geluid dat de schoen van een wandelaar maakt tijdens het wegzakken in droge sneeuw’, dan opteer ik voor: ‘knisperknarsperen’ (hele ww.) Het is beter er geen zinnen mee te vormen (Knisperknarsper, wie komt er in mijn huisje? klinkt echt een beetje vreemd) maar als onomatopee voldoet het prima naar mijn idee (onomatopee is Nederlands en geen Fins, zou je dat misschien denken. Zoek het maar op.)
In elk geval komt deze omschrijving het dichtst bij het geluid dat mijn schoenen maken. De sneeuw tussen de bomen is nog stevig en compact, maar iedere nacht vriest het minder hard en de zon voelt steeds warmer. Ik doe mijn handschoenen uit en trek mijn das wat losser. Voorjaar hangt in de lucht. Het bos krijgt zijn geur weer terug en overal om me heen maken kleine pareltjes ijs zich los van de groene naalden waaraan ze zich vasthielden. Als jolige onomatopeetjes (het is echt een heel raar woord) laten ze zich vallen en pingen vrolijk op ijzige stukken hout en het bevroren oppervlak van een watertje. Het zijn heldere geluidjes in verschillende toonsoorten en het lijkt of ik een door de natuur geregisseerd concert mag bijwonen. ‘Ping!’ daar gaat er weer een, gevolgd door een zachte plop als het pareltje terug stuitert van het ijs en in de sneeuw belandt.
Wanneer ik me buk om te kijken waar het is gebleven, hoor ik aan de voet van een boom het geluid van stromend water. Schijnbaar is onder de sneeuw de dooi al ingezet en vindt het smeltwater zijn weg naar lagergelegen gebied. Of ergens is een kraan open blijven staan, in een kabouterwoning wellicht, diep onder mij verscholen tussen de wortels. Waarom niet? Ik vergeet ook wel eens wat. Ik hurk neer en stel me de bewoners rondom hun tafel voor, stuk voor stuk voorzien van dubbel gevoerde puntmutsen en eindeloos klaverjassend tot het eindelijk lente is. ‘Roem verloren,’ meen ik te horen. ‘Rampspoed geboren!’ Ik laat mijn telefoon dieper in het gat zakken. ‘Hoge slag!’ klinkt het nog. Dan wordt het stil en verstoord kijken de spelers naar boven, gevangen in mijn schaduw. ‘Hé hó,’ roept er een, ‘maar dat gaat toch niet zo!’ Zonder het te willen heb ik de openbare kabouterorde verstoord. Snel richt ik me weer op en verlaat gehaast hun sprookje. Knisperknarsperend, uiteraard.
(Het filmpje hieronder klinkt beter met het geluid aan.)
Juf Milla heeft me teruggestuurd. ‘Wanneer je een van de eersten bent neem je een vrachtje hout mee naar binnen’, had ze me gisteren nog gezegd. (Je moet een beetje opletten in dit land, want ze vertellen het maar één keer.) Als ik voor een tweede keer de deur openmaak komt de geur van het halletje me al bekender voor. Het ruikt naar, hoe kan het ook anders, hout gestookte sauna; een droge, wat branderige lucht die je direct laten weten waar je bent. Als een brave sauna-novice in opleiding stapel ik er mijn stukjes hout.
Ondertussen legt in de ruimte ernaast Milla de houten vlonders terug op de vloer en vult daarna een groot vat met emmers koud water. ‘Two fires’, zegt ze, ‘hot water and sauna.’ Wanneer het eerste vuur brandt mag ik haar de houtjes voor de saunakachel aangeven. Zorgvuldig bouwt ze het op, verschikt een takje, legt er nog een stukje bast bij en strijkt dan een lucifer af. Het gebruik van aanmaakblokjes is haar duidelijk te min en voldaan zet ze het deurtje op een kier wanneer na enige tijd het vuur precies brandt zoals zij dat wil.
‘En nu?’ vraag ik haar.
‘Nothing. We wait’, zegt Milla.
Ik kijk door het raam naar de buitenthermometer. Geen sneeuw vandaag, het is te koud. Binnen wordt het snel warmer. Af en toe kraakt een plank of balk. Ik trek mijn trui uit en even later een tweede. Ondertussen vertelt Milla over de buitenlamp die wordt aangestoken om de mensen in de buurt te laten weten dat de sauna warm is ; over de sociale functies van een sauna en de zakentransacties die er open en bloot worden gedaan. Niets om te verhullen, niets om je achter te verschuilen.
En ze vertelt over wat in modern Nederlands als “een epische sauna ervaring” zou worden omschreven, “waarin je op iconische wijze herinneringen maakt.” In kort en krachtig Fins: ‘löyly.’
Met löyly wordt niet alleen de warmte en de stoom bedoeld die ontstaat wanneer je water op de stenen van een saunakachel gooit, maar ook het geheel; het gevoel en de warme, aangename sfeer die het oproept. Zonder löyly geen sauna.
Ze kijkt op de thermometer en voelt aan het warme water. ‘Nog een half uur. We halen wat extra hout, dan is het daarna tijd voor ‘peseytyä.’ Ook zo’n veelomvattend Fins begrip: je reinigen voordat je de sauna ingaat. ‘Doe jij vast de buitenlamp aan?’
februari 2025, Arteles Creative Center Haukijärvi
Vanochtend is een voorraad stookhout voor de sauna afgeleverd. Het is op een blauw zeil bovenop de sneeuw gestort en ik help Milla een handje. Ik geef aan en zij stapelt. Thuis donder ik na het kloven de stukken in hoog tempo en zonder enig systeem het houthok in, maar Milla doet het anders. Ze stapelt alsof ze een puzzel aan het leggen is en zoekt in haar bouwwerk voor ieder aangereikt stuk hout de meest geschikte opening. Regelmatig moet ik op haar wachten en vraag me dan af, starend naar haar rug en met twee brokken hout in mijn handen die steeds zwaarder worden, of het niet wat sneller kan.
Na enige tijd heb ik me op haar afgestemd en grijp ik pas naar nieuw wanneer de laatste plof aangeeft dat er weer een gat is gedicht. Vanaf dat moment verlopen onze bewegingen in harmonie. Zij neemt over op het moment dat ik aanreik, waarna we ons rustig van elkaar afdraaien en ik opnieuw pak wanneer zij haar schouders ontspant. Er ontstaat een gestage, stilzwijgende samenwerking met een verbluffend resultaat: na een middag werken staat er een massieve muur hout op een kwart van de oppervlakte die ik daar thuis voor nodig heb. Zou Milla een zenleraar zijn (en geen spottend kijkende Finse – of is daar geen verschil tussen?), dan zou morgen waarschijnlijk de les Water putten op het programma staan.