Finlandblog

Finlandblog

Finlandblog

Koud & donker?

Koud & donker?

Nieuwe liefde

De hele maand februari 2025 mocht ik als writer-in-residence verblijven bij het Arteles Creative Center in Haukijärvi. Het is een afgelegen plaatsje met weinig huizen en veel bomen langs het meer. ’s Ochtends keek ik door het raam van mijn kamer verlangend uit naar de zon en wachtte ik op het tegenlicht in de ijsdruppels aan de naaldbomen. Rond negen uur liet de eekhoorn zich zien en een half uur later volgde de vos. Daarna was het tijd voor koffie. Alles had er zijn tijd. De stille schoonheid van het land maakte veel indruk op me en de ingetogen volksaard van de Finnen beviel me buitengewoon.  Ik denk dat in die maand de liefde voor Finland is ontstaan.

Wanneer ik over mijn nieuwe liefde vertel, is vaak de eerste reactie: ‘Zo koud! Zo donker! Waar begin je aan?’ Alsof men mijn liefje geen warm hart wil toedragen of de zon niet op haar gezicht wil zien schijnen. Natuurlijk, we kennen elkaar nog niet zo lang. Maar groeit de liefde niet juist door te ontdekken, door te aanvaarden wat tegenvalt en dat net zo hartelijk te verwelkomen als hetgeen je wenst en in vervoering brengt? 

Ik vertel je graag over mijn ervaringen en de ontwikkelingen in mijn relatie. De blogs zijn niet op chronologische wijze geschreven, maar ik zal proberen ze op de juiste plaats in de tijd te zetten. De meest recente blog staat in cursief. Wanneer later een blog aan een voorgaand jaar is toegvoegd, wordt dat aangegeven met de maand plus een +. Dubbelplus dus.

Jouw reactie is van harte welkom!

Ystävällisin terveisin,

Arno

De man op het pad

oktober 2026

Op het pad staat een man. Hij kijkt naar de dode boom enkele meters verderop, aan de andere kant van de geul die evenwijdig aan het pad loopt. Ze zijn even groot, de man en de boom; alles wat gevaar opleverde, is eraf gezaagd. Van de boom. De man staat stil. Hij draagt een mutsje en een spijkerbroek, en over zijn trui heeft hij een bodywarmer met veel zakken aangetrokken. Roerloos staart hij naar het dorre hout. Is hij geschrokken en bevroren, bidt hij tot de God van de boom, of tot een ander wezen waarin je kunt geloven zonder het te zien? Wacht, hij beweegt. Zijn neus lijkt hem naar voren te trekken en scharniert zijn bovenlichaam voorover. Met zijn blik op de boom gefixeerd stapt hij behoedzaam over de geul en zakt door de knieën. Wat ziet hij daar toch? Ik krijg het koud in deze onverwarmde kamer.

Zoekend tasten zijn handen in het rond. Te veel zakken, maar dan toch gevonden: zijn telefoon! Gaat hij bellen met de boomwezens? Neen. Hij maakt foto’s, tikt op zijn schermpje, kijkt op. Hij checkt – een checkende mens – en lijkt opgetogen. Heeft hij goud gevonden? Moeizaam beweegt hij op zijn hurken rond de stam, verliest bijna zijn evenwicht. Nauwgezet inspecteert hij de schors, van boven naar beneden en weer terug. Inspecteur Clouseau op bosmierenjacht. Ruikt hij eraan, neemt hij een likje? Ik kan het niet goed zien. Wat doet hij nu? Hij heeft zich naar de holte aan de voorkant begeven en graaft met één hand donkergekleurd houtmolm uit. Dan duikt hij met zijn hoofd de boom in. Ik draai me om, zet enkele stappen naar het bed en trek er snel een deken af.

Ah, daar is hij weer. Hij staat terug op zijn voeten, bergt zijn telefoon op en borstelt met zijn vingertoppen stukjes boom uit zijn haar. Opnieuw zoekt hij en ja, gevonden: daar komen de lege zakjes tevoorschijn. In zijn andere hand heeft hij iets ter grootte van een zakmes, en dan gaat het snel. Zijn handen schieten heen en weer en in een mum van tijd zijn de zakjes gevuld. Maar met wat? Als laatste gooit hij alle houtmolm terug in de boom en drukt het stevig aan. Vervolgens slaat hij zijn handen af, stapt nogmaals over de geul en vervolgt zijn weg; de volle zakjes bungelend aan zijn gekromde vingers.

’s Middags maak ik een rondje over de herfstmarkt. De Oekraïense mevrouw is er met haar zelfgebakken pasteitjes, tientallen kratten met rode besjes staan opgestapeld; er zijn eieren, er is fruit in overvloed, en er zijn paddenstoelen. Volop paddenstoelen, vanaf € 19,50 per kilo. Oh ja.

Neem mee, neem mee

Ik wist het natuurlijk nog wel van bio op de middelbare school; al die bloesems worden als het een beetje meezit later kersen of peren of een andere fruitsoort. Dat hoort zo. Maar dat de appelbomen in mijn tuin die les zo serieus zouden nemen had ik niet verwacht. Je neemt anderhalve maand pauze van snoeien, grasmaaien of anderszins de natuur in toom houden, gaat even over de grens en quelle horreur, het mooie gazonnetje rondom de stammen is veranderd in heel grote borden grove appelmoes in diverse kleurschakeringen en met harde stukjes hier en daar- van gistend bruin tot appeltjes fris.

Ik sop in mijn laarzen door de brij en vis de ongehavende exemplaren er tussen uit, pluk de laaghangend appels en schuif voor de mooiste exemplaren mijn ladder hoog de bomen in. Lekker zijn ze zeker, maar wat doe ik met zo’n enorme hoeveelheid? Ik besluit tot een Finlanderstest. Zijn de Finnen werkelijk zo verlegen als wordt beweerd, zijn ze zo op zichzelf dat ze geen smakelijk gratis appeltje lusten of durven te nemen, en er met een grote boog omheen lopen? Ik zet een volle kruiwagen naast het hek, bordje erbij: daar gaan we. 

Al na een halve dag gedegen wetenschappelijk onderzoek kan ik je melden: het is allemaal onzin. Het is niet zo dat er rijen wachtenden staan en er vechtpartijen over het mooiste appeltje uitbreken, maar er is ook geen enkele terughoudend. Mensen zoeken er een uit, poetsen ‘m even af en vervolgen kanend hun weg. Schooljongetjes kijken niet schichtig op ‘of het eigenlijk wel mag’ wanneer ik heel toevallig voorbijloop en steken er voor de pauze eentje extra in hun zak. Bedankt! roepen ze, en daar gaan ze weer. Ik integreer bij het leven.
Een slimme mijnheer heeft schijnbaar altijd een zakje bij zich en vult deze glimlachend tot bovenaan met Arno’s Delicious. Schatting na een middag onopvallende surveillance: 1 op de 10 mensen stopt, kijkt en neemt, met weinig onderscheid tussen kinderen die dat van mama mogen, mama zelf of bijvoorbeeld een hippe baardman op een fiets in kleutermaat.
Lijkt me een hoge score.

Rode appels in boom

Aan het einde van de dag ben ik klaar met mijn buitentaakjes. Vannacht gaat het regenen en ik zet de kruiwagen alvast achter het huis.  Als laatste hark ik het gemaaide gras op een hoop. Het gras is nat en zwaar. Ik stop om even uit te rusten en zie vanaf het begin van het pad een Sidonia-achtig wezen mijn kant op schuifelen. Het wit op haar hoofd blijkt later een heel grof gebreide muts te zijn; een witte pluizenbol on the move zou je kunnen zeggen. Als ik opnieuw opkijk is nummer 17 gepasseerd en bevindt ze zich ter hoogte van mijn buurman op nummer 15. Het gaat langzaam.

Voi ei, zegt ze nadat ze hijgend tot stilstand is gekomen, omenat ovat loppu. Ze kijkt er beteuterd bij.
Ik denk en gok en combineer. Voi ei kan ik thuisbrengen, ovat ook en omena is een appel. Maar loppu… Plotseling weet ik het. Loppu lijkt op het Franse lapin voor konijn – en konijnen schieten doorgaans snel weg wanneer ze je zien. Loppu betekend: al(weer) op. Het is een omslachtige vorm van associëren met bovendien volop mogelijkheden om verkeerde afslagen te nemen, ik weet het, maar zo werkt het nu eenmaal bij mij.

Wat jammer, zegt ze dus, de appels zijn op. Blijkbaar heeft iemand deze oude dame verteld dat op nummer 13 gratis appels zijn af te halen en speciaal voor dat doel heeft ze de reis ondernomen. Voor niets, lijkt het nu. Wat hebben ze haar gezegd, welke locatie hebben ze doorgegeven? In dat oude huis van Perttola, weet je wel, waar in die koude winter van ’73 de tweelingzusjes zijn geboren die later in Helsinki voor arts zijn gaan studeren? Of: In dat huis met een rots in de kelder, waar nou die buitenlander met zo’n raar nummerbord op zijn auto woont? Dat had ik haar graag willen vragen. In plaats daarvan zeg ik dat er nog heel veel appels zijn en maak haar duidelijk dat ze even moet wachten. Ik keer terug met de kruiwagen en help met het vullen van haar chique witleren tas. Bovenop een sleutelbos, iets wat op een poederdoos lijkt en enkele medicijnendoosjes. Gooi er maar in! gebaart ze.

Moeizaam keert ze haar rollator, om stapje voor stapje weer terug te gaan, helemaal naar het begin van het pad. Kiitos paljon! zegt ze wanneer alles eindelijk de goede kant opstaat. Hartelijk dank!

Kun je een geur missen?

Kun je op het moment zelf een geur missen, overkomt je dat wel eens? Zijn er momenten waarop je denkt: ik heb het al zolang niet geroken, wat zou het heerlijk zijn om weer… de geur van de 4daagse te ruiken, de Noordzee bij Scheveningen, de aftershave van oom Henk, noem maar op. Ik mis het zo. Dat gebeurt toch niet? Mij niet, althans. Andersom kan het wel: je ruikt vette uien op een bakplaat en denkt terug aan de Zomerfeesten in Nijmegen, of herinnert je bijvoorbeeld de kleine attenties van nonkel Henk bij het ruiken van Old Spice. Dit is de werking van het brein zoals Proust dat beschreef bij het soppen van cakejes in zijn thee. Maar missen op het moment zelf?

Ook bij voorbaat een geur missen lijkt een onmogelijke zaak. Ongetwijfeld bestaan er sehnsucht adepten die het vol optimisme proberen, maar het lijkt me even kunstmatig en onzeker wat uitkomst betreft als ‘het maken van herinneringen.’  
   Maar: met terugwerkende kracht het gemis aan een geur herkennen, dat kan wel! Julius Caesar overkwam het bijvoorbeeld, toen hij op zee en nog ver verwijderd van de kust al de geur van zijn geliefde Corsica waarnam en waardoor zijn limbische systeem volledig in de overdrive raakte. (Daar zijn harde bewijzen voor):
   Ah, nu hij de lavendel weer rook, de tijm en rozemarijn en de kerrieplant – wat had hij het gemist!

Vandaag wandelde ik tussen de houten huizen in het oude centrum. De Indian Summer lijkt nu echt voorbij en volgende maand zal het ongetwijfeld gaan sneeuwen, maar ter herinnering aan wat ooit was hingen in de Kerkstraat nog enkele treurige bloemetjes aan een seringenstruik. Juist toen ik eraan voorbijliep viel een baan zonlicht op de laatste blaadjes en direct nam ik de geur waar die zo kenmerkend is voor de zomer in deze plaats.
   In die periode staan de tuinen vol met bloeiende seringen; iedereen heeft er wel een paar en ook de gemeente is er niet flauw mee en plant struiken aan bij het leven. Maandenlang worden de straten overspoeld door een aangename frisheid, een lucht die de huizen binnendringt en zich hecht aan de vezels van je kleding. Zou ik in de zomer ‘s nachts geblinddoekt een boot besturen (nee, in het donker is niet mogelijk in die tijd van het jaar) dan zou ik door slechts het herkennen van de geur weten de juiste haven te zijn ingevaren.
   De geur van seringen. Het zou een uitspraak van Johan Cruijff kunnen zijn: je mist het pas als je het ruikt.

Vertrouwen

september 2026

Hooimaand heinäkuu ligt al een tijd achter ons, oogstmaand elokuu is voorbij en nu zijn we aanbeland in syyskuu – de ‘maand van het vertrouwen.’ Misschien klinkt je dat vreemd in de oren; de hele maand september vernoemd naar een menselijke eigenschap. Het is een eigenschap waar we niet zonder kunnen: vertrouwen in eigen kunnen, in de ander, op een goede samenwerking; vertrouwen ‘dat het allemaal wel goed komt’, dat het leven zich ontwikkelt zoals bedoeld….

Nee, het is onzin. Net als september in het Nederlands, is in het Fins syyskuu gewoon de ‘herfstmaand’. Het had echter gekund; men zou er alle reden voor hebben om één maand naar luottamus te vernoemen – naar het hebben van vertrouwen dus. Maar dan ook echt alleen in Finland.

Het hebben van luottamus is een breed gedragen folklore waaraan ook de jeugd met grote overgave deelneemt. Beter omschreven: waaraan zij zich schuldig maakt, want het mag duidelijk zijn dat een dergelijke traditie niet langer past in een moderne samenleving. Het is nochtans hardnekkig. Het woekert al generaties lang en is daardoor moeilijk met wortel en tak uit te roeien. Het plant zich zelfstandig voort, breidt zich uit bedekt alles wat smeekt om achterdocht of wantrouwen; om een lichte vorm van argwaan desnoods.  Het druipt van de muren waaraan vrijwel geen bewakingscamera zich hechten kan, en dringt door tot in de wortels van werelds cynisme.

Detail schilderij het Laatste Oordeel

Het is een taaie strijd tegen al dat goedgemutste vertrouwen, en het ontbreken van trackers op kindertelefoons of onbegrijpelijke disclaimers onder ieder digitaal bericht maken het er niet gemakkelijker op. Ik bedoel: mondelinge afspraken worden serieus genomen en niet schriftelijk bevestigd. Kom op nou! Sterker nog: als je niet permanent op je hoede bent palmen die Finnen je met groot gemak in en doe je gewoon met ze mee.

Toen ik bij aanvang van het Finlandavontuur bij het bedrijf van mijn keuze eco-elektriciteit had besteld, was het echter nog niet zover. Het duurde maar, waar bleven toch de formulieren, de documenten, de waarschuwingen bij in gebreke blijven?

Per 1 februari had u toch gevraagd?’ was de reactie op mijn mail.
Daar antwoordde ik bevestigend op.
‘Oké.’ schreef men.
‘Maar – maar – maar,’ vroeg ik, uit ervaring voorbereid op drievoudige checks en het eeuwig ontbrekende formulier of haperende inlog, ‘krijg ik dan geen contract, moet ik niet iets tekenen?’
‘Nee hoor,’ was het antwoord, ‘u betaalt ons toch?’
Geen kruid tegen gewassen.

Het is een anekdote ter illustratie van een zakelijke transactie (die blijkbaar heel goed op menselijke wijze gesloten kan worden.) Maar ook op andere gebieden zijn talloze voorbeelden te geven van de bijzondere manier waarop Finnen met elkaar omgaan. Ze lijken te leven in een maatschappij waarin het vanzelfsprekend is dat men elkaar met vertrouwen tegemoet treedt; een gezonde en gelijkwaardige houding ten opzichte van zichzelf en de ander. In mijn studententijd zou ik hebben geroepen: ‘Ik ben oké – jij bent oké!’ Wie wil dat nu niet zijn?

 

PS: Na syyskuu volgt lokakuu (oktober): de moddermaand. Geen grapje.

Finnair

De vorige eigenaar vond het ophangen van een sleutelkastje een goed idee. Heel handig, dan kon iedereen het huis in tijdens mijn afwezigheid. Zelf dacht ik ook aan ‘handig’, maar meer in de zin van: Na drie reisdagen wil ik bij aankomst geen 2500 kilometer terug moeten rijden om een vergeten voordeursleutel op te halen.  

Maar hij had gelijk. Het was reuze geschikt voor de elektricien, de sneeuwschuiver en huis-in-de-gaten-houder, en voor de schilders. En na storm Hannes in december 2025: voor de bouwkundig inspecteur, de schoorsteenmetselaar, de mannen die de platen van het dak vervingen – en voor de lieve Nederlandse dame die bereid was een vergeten notitie op te halen (kiitos!) Met de vier cijfers voor het sleutelkastje komt iedereen probleemloos binnen.

In dit plaatsje hebben inmiddels zo veel mensen de code dat drie keer vragen voldoende moet zijn om in mijn bedje te kunnen slapen, van mijn bordje te eten en op mijn stoeltje te kunnen zitten. Mits men die code zou afgeven, natuurlijk. Heeft die stroom aan bezoekers ook maar iets aan het interieur gewijzigd? Heeft iemand een lamp laten branden, zijn voeten niet geveegd? Nee, niets was veranderd zag ik bij binnenkomst. Het leek wel een sprookje; nog geen kruimeltje brood vond ik op de grond. De Finnen gaan op vleugels.

Slot op kerkdeur

Heb je een boot?

augustus 2026
Kajuitboot in jachthaven Finland
Droomboot te koop

Voor de inwoners van dit plaatsje aan zee is het heel normaal om een nieuwkomer te vragen: ‘Heb je al een boot?’
De Finse kust ligt immers bezaaid met eilanden. Van Hamina in het zuidoosten tot de grens met Zweden in het noorden ligt een ontzaglijke verzameling en in alle mogelijke formaten, van 50 meter in het vierkant tot maat Texel-plus. Er is geen ordening. Ze lijken er slordig neergekwakt, naar het schijnt door mythische wezens die meer oostelijk in het land de meren hebben gegraven omdat zij ook wel eens fatsoenlijk wilden badderen. 

Op ieder eiland dat zich er maar enigszins voor leent staat een mökki, een vakantiehuis. Of er staan er 2, 3, 10 – afhankelijk van de grootte van eiland of perceel. Ben je de gelukkige met een eiland(je) helemaal voor jezelf alleen, dan ben je spekkoper. Je moet er natuurlijk wel zien te komen en daarom hebben veel mensen hier een boot. Om drinkwater mee te nemen, zaagsel voor het composttoilet, planken en balken voor de steiger, matrassen, accu’s en zonnepanelen. Voedsel. Blikken verf, krabbers, reddingsvesten. Een aggregaat voor je weet maar nooit, een jerrycan benzine, gereedschap. Daarnaast een trailer, om de boot voor en na de winter over land te vervoeren, afdekzeilen, nog meer verf en krabbers.

‘Nee,’ is daarom mijn antwoord, ‘voorlopig nog geen boot. Ik wilde eerst maar eens gaan kanoën.’ Maar wanneer ik de volgende dag in de jachthaven een tweedehands kajuitboot te koop zie staan (4 slaapplaatsen, Kawasaki-dieselmotor, navigatiesysteem, keukentje, toiletje. Alles keurig in de lak) kan ik niet nalaten naar de prijs te informeren.  Twee compleet uitgeruste zeekajaks zijn duurder. Nieuw, dat wel.

Waskracht

juli 2026

Dichtbij het water staan op een plak grijs asfalt enkele vreemde stellages. Het zijn roestvrijstalen halfronde bakken, voorzien van kranen en geperforeerde platen. Toen het nog vroor ben ik er wel eens langsgekomen op weg naar de publieke sauna, maar ik had geen idee waarvoor het diende.  Iets met vis? Nu de zon zijn licht erover laat schijnen begrijp ik dat het een openbare wasplaats is. Niet om zelf te poedelen, maar om de vuiligheid van de afgelopen winterperiode eruit te poetsen. Het is er druk. De drooglijnen zijn behangen met Ikeakleurige kleedjes, met gordijnen en ganglopers, en deurmatten te lelijk om je voeten aan af te vegen. Maar er moet nog meer bij, voordat de dagen korter worden en de zomer verdwenen is.

De drie aanwezige mannen hebben hun bijdrage beperkt tot het gedienstig openen van de kofferbak en richten nu hun aandacht op krant of ego-mobiel. Het werken lijkt aan de vrouwen voorbehouden. Zij schrobben dat het een lieve lust is, spuiten flessen schoonmaakmiddel leeg en laten golven van schuim naar zee spoelen. Ondertussen wordt er volop gekletst en hoewel ik het niet kan verstaan spreken hun terloopse blikken op de geparkeerde auto’s boekdelen. Ik lijk hun gedachten te kunnen lezen: Mangelen moeten we ze, leegpersen, en ze dan meesleuren en vastpinnen aan de hoogste draad – om ze daar te lagen hangen tot ze weer net zo vriendelijk en zacht voelen als voorheen. De tapijten.  
De heren zijn achter het stuur in slaap gevallen.

Vrouw achter wringer op openbare wasplaats in Finland

Veilig verkeer

juli 2026
Eland in bossen van Finland
Foto: Hans Veth - Unsplash

Elanden hebben nou niet wat je noemt een ‘bevallig postuur’. Het is allemaal nogal lomp: het dier heeft een zware kop en een dikke bek dat stevig op een bonkig lijf met overmatig brede schouder- en bilpartij is gemetseld. Je zou daarom niet verwachten dat deze tank zich zo gracieus kan bewegen – want dat deed het toen we elkaar kruisten op een fietspad in het bos. ‘Een toerist, nee, helemaal geen zin in vandaag,’ kon je het beest zien denken. Ontspannen draaide het zich om en verdween huppelend als een ballerina tussen de beuken en naaldbomen uit het zicht.  

Even daarvoor was ik op goed geluk een woonwijk ingefietst. Ik passeerde het busje van de Posti en vervolgens een jonge moeder achter een kinderwagen. Leuk detail: ze keek niet op haar ego-mobiel, maar communiceerde in kinderfins met het kleine mensje dat het nog moest leren. Bij het laatste huis keerde ik noodgedwongen om, fietste terug langs de fris gemaaide berm, de timmervrouw die één keer zwaaien met haar hamer wel genoeg vond en de jonge moeder die al een flink eind was gevorderd. Lukraak sloeg ik enkele hoeken om, dacht regelmatig mijn eigen huis te zien want dat heeft ook een rood dak en gele muren, en fietste voor de derde keer langs moeder en kind. Het was stil geworden in het wagentje. Een nieuwe taal leren is natuurlijk ook best vermoeiend.

Even opletten nu, dacht ik. Niet nog een keer langs die twee, dat wordt een beetje gênant. Dáár in de verte zie ik de zee glinsteren, dus dan moet ik hier linksaf naar boven. En hop, staand op de pedalen van mijn krakfiets zwoegde ik een laatste helling op, volgde een kronkelende weg en vloog na de laatste bocht in volle vaart naar beneden. 

Vóór me op het pad wipte bevallig de paardenstaart van de jonge moeder op en neer. Brede schouders, een stevige bilpartij: geen twijfel mogelijk. Hoe had ze ‘m dat geflikt? Met veel tussenruimte fietste ik rustig voorbij. ‘Ik volg je niet hoor,’ zei ik met vriendelijke stem (ik ben slechts een dolende ziel, vrees mij niet, ik ben niet eng.)
‘Waar moet je dan naar toe?’ riep ze me achterna.
Ik remde af en wachtte tot ze met haar buggy naast me stond.
‘Ik ben de omgeving aan het verkennen, maar vaak loopt het dood en moet ik weer terug.  
Ze trok haar ego-mobiel tevoorschijn en leunde naar me over, tikte met een roze nagel op het schermpje: ‘Je bent nu hier.’ Na enig overleg besloten we dat ik het beste de tweede rechts kon nemen en vervolgens op de kruising linksaf moest slaan. ‘Moi!’ zei ze, schoof de zonnebril terug op haar neus en  zette zich weer kalmpjes in beweging. 

Elanden, jonge moeders, kinderen in wagentjes: iedereen lijkt hier even ontspannen te zijn.

Even opletten nu, dacht ik. Niet nog een keer langs die twee, dat wordt een beetje gênant. Dáár in de verte zie ik de zee glinsteren, dus dan moet ik hier linksaf naar boven. En hop, staand op de pedalen van mijn krakfiets zwoegde ik een laatste helling op, volgde een kronkelende weg en vloog na de laatste bocht in volle vaart naar beneden. 

Vóór me op het pad wipte bevallig de paardenstaart van de jonge moeder op en neer. Brede schouders, een stevige bilpartij: geen twijfel mogelijk. Hoe had ze ‘m dat geflikt? Met veel tussenruimte fietste ik rustig voorbij. ‘Ik volg je niet hoor,’ zei ik met vriendelijke stem (ik ben slechts een dolende ziel, vrees mij niet, ik ben niet eng.)
‘Waar moet je dan naar toe?’ riep ze me achterna.
Ik remde af en wachtte tot ze met haar buggy naast me stond.
‘Ik ben de omgeving aan het verkennen, maar vaak loopt het dood en moet ik weer terug.  
Ze trok haar ego-mobiel tevoorschijn en leunde naar me over, tikte met een roze nagel op het schermpje: ‘Je bent nu hier.’ Na enig overleg besloten we dat ik het beste de tweede rechts kon nemen en vervolgens op de kruising linksaf moest slaan. ‘Moi!’ zei ze, schoof de zonnebril terug op haar neus en  zette zich weer kalmpjes in beweging. 

Elanden, jonge moeders, kinderen in wagentjes: iedereen lijkt hier even ontspannen te zijn.

Vakantieman, gezellig hè!

juni 2026
Vliegtuig
Auto en boot

Jaren ’90 televisie: De vakantieman.
Presentator Frits Bom heeft van thuis een landenkaart van Europa meegenomen en vraagt aan vakantiegangers daarop aan te wijzen waar men zich bevindt. Om het extra moeilijk te maken zijn de namen van landen en plaatsen afgeplakt. Je begrijpt het wel, plotseling ligt Oostenrijk aan zee, luiert men in de zon aan Noorse fjorden en wordt het meer van Geneve voor Monaco aangezien. Komkommer-tv.

Aan Ralph Waldo Emerson (en aan vele anderen) wordt de uitspraak toegeschreven: Niet de bestemming is belangrijk, maar de reis ernaartoe. Waarschijnlijk gold voor de geïnterviewden het tegenovergestelde en beschouwden zij de reis eerder als een noodzakelijk kwaad; een horde die genomen moest worden om de bestemming te bereiken. Pas daarna kon de vakantie beginnen – waar dat ook mocht zijn.
   Mijn reizen tussen Frankrijk en Finland zouden als een grande horreur worden ervaren –  meestal drieënhalve dag onderweg, waar begin je aan – maar wat mij betreft mag het ook langer duren. Om een aantal van die routes zo gedetailleerd en vooral zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven, heb ik AI aan het werk gezet.

Na drie uur puzzelen, landen toevoegen en een persistent Burkina Faso als een oud-kolonie met verlatingsangst eindelijk terug naar eigen continent te hebben gedreven, is het voor elkaar (AI zou van Frits Bom géén cadeaucheck voor een overheerlijke all-inclusive hebben ontvangen.)
   Nu kun je zien waarom een reis naar Finland zo rustgevend en verfrissend is: je moet altijd met de boot. Minstens één nacht, hoewel de ware liefhebber natuurlijk voor de overtocht van Travemunde naar Helsinki kiest, of voor een andere lange route; lekker over de railing hangen en dolfijnen kijken. Vliegen kan uiteraard ook, maar daar krijg je het alleen maar warmer van.

PS: Frankrijk staat op de kaart telkens links onderaan en in het blauw afgebeeld.

Auto en boot
Trein en boot
Postzegel Finland zeppelin 1930

Het land van de Zeppelins

mei 2026
Postzegel Finland zeppelin 1930

Leuk bericht: de Finnen zijn gek geworden.
In een door AI gedomineerde wereld waarin F35’s nog sneller zijn dan voorheen, drones nog doelgerichter en koelkasten – hoewel dat weinig met het onderwerp van doen heeft, maar ter illustratie – nog slimmer, in die wereld laten de Finnen zeppelins op. Niet voor het leuk, maar om de grens met de Oosterbuur te bewaken. Is dat nodig? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ja dus.

Maar in tegenstelling tot het grootste deel van Europa bewaakt Finland zijn autonomie al decennialang en op zeer intensieve wijze; men wil de overheersing niet nog een keer meemaken. Dat is ook de reden waarom de meeste volwassenen – man of vrouw, want dat onderscheid wordt in de Finse maatschappij al lang niet meer gemaakt – weten hoe je een landmijn moet demonteren. Daarom informeren Finnen momenteel massaal naar de data van de herhalingsoefeningen omdat met het schieten en oefenen met granaten niet wil  verleren. Daarom heeft ieder flatgebouw in Finland een schuilkelder en is van overheidswege een voedselvoorraad aangelegd voor als het toch mis zou gaan. Hier geen getrut met onduidelijke instructies over wat nu eigenlijk een noodpakket is en wat erin hoort te zitten, en zeker geen invloed van commerciële partijen; in al het noodzakelijke is gewoon voorzien.

En daarom ontwikkelen slimme mensen mogelijkheden om die ellenlange grens zo goedkoop en effectief mogelijk te bewaken. Met zeppelins. Die Finnen zijn zo gek nog niet. Verwerkt in een Nederlands reclamespotje: een beetje van Finland en een beetje van Hindenburg. Geniet ervan!

Maar in tegenstelling tot het grootste deel van Europa bewaakt Finland zijn autonomie al decennialang en op zeer intensieve wijze; men wil de overheersing niet nog een keer meemaken. Dat is ook de reden waarom de meeste volwassenen – man of vrouw, want dat onderscheid wordt in de Finse maatschappij al lang niet meer gemaakt – weten hoe je een landmijn moet demonteren. Daarom informeren Finnen momenteel massaal naar de data van de herhalingsoefeningen omdat men het schieten en oefenen met granaten niet wil  verleren. Daarom heeft ieder flatgebouw in Finland een schuilkelder en is van overheidswege een voedselvoorraad aangelegd voor als het toch mis zou gaan. Hier geen getrut met onduidelijke instructies over wat nu eigenlijk een noodpakket is en wat erin hoort te zitten, en zeker geen invloed van commerciële partijen; in al het noodzakelijke is gewoon voorzien.

En daarom ontwikkelen slimme mensen mogelijkheden om die ellenlange grens zo goedkoop en effectief mogelijk te bewaken. Met zeppelins. Die Finnen zijn zo gek nog niet. Verwerkt in een Nederlands reclamespotje: een beetje van Finland en een beetje van Hindenburg. Geniet ervan!

Brandend verlangen

april 2026

Hoe onderscheid je een extraverte Fin van een introverte? De eerste kijkt naar de punten van jouw schoenen en de tweede kijkt naar zijn eigen schoenen. Het is een grap waar de Finnen zelf ook om kunnen lachen. Men overspoelt elkaar duidelijk niet met in emotie gedrenkte woorden, maar is dat introvert? Ik zou het liever een aangename vorm van terughoudend willen noemen. Wellicht heb ik echter de ‘ware Fin’ nog niet ontmoet.

Bijl klooft hout

Ik was op zoek naar brandhout voor de tegelkachel. De vorige eigenaar van ons huis had me geadviseerd eens bij de boeren in de omgeving te vragen en me tevens het adres van een handelaar doorgegeven die klapi zou verkopen. Hem probeerde ik als eerste. Nee, de man had geen gedroogd hout meer op voorraad. Ongedroogd hout vind ik ook prima, zei ik hem. Ik had het immers voorlopig nog niet nodig en kon het zelf te drogen leggen. Dat is geen klapi, zei hij. Of ik dan misschien ongedroogde klapi kon kopen? Nee, hij verkocht alleen klapi. Duidelijk.
   Later in dezelfde week was ik op weg naar zee toen ik langs een aftandse tractor fietste, een kloofmachine en een boer die het geheel bediende. Ieder stuk dat hij op de stapel gooide gaf een heldere ploink. Droog hout: klapi! dacht ik en stapte af. Ik had pech. Het was allemaal voor eigen gebruik, maar wacht! Hij toverde een mobieltje uit zijn opgelapte broek en belde naar Herre Perre Hiistamine (meende ik te begrijpen). Helaas had zijn maat ook alles zelf nodig.
   Zo schoot het niet op met mijn klapi en ik vroeg me af of ik niet hier en daar een berkenboompje kon omzagen, of toch eerst meer moest lezen over Jokaisenoikeudet; het allemansrecht dat in Finland geldt. 

De volgende dag toerde ik dieper de provincie in. Ik verliet de grote weg en reed vrijwel direct langs een boerderij met op het erf een groot aantal pallets, volgeladen met wat niet anders dan brandhout kon zijn. Opgewekt parkeerde ik en repeteerde nog eens mijn Finse zinnetje: Hei, haluan ostaa klapeja.
   Ik was de voordeur tot halverwege genaderd toen deze langzaam openging en een oudere man naar buiten stapte. Hij keek me kort aan,  draaide in het voorbijgaan zijn hoofd van me af en hield zijn ogen strak op de grond gericht. Verbaasd zag ik hem langs mijn auto lopen en de poort uitgaan.
   Ei ei, zei de dame na hem. Ze sloot de voordeur en passeerde me zonder oogcontact te maken. Ze was al voorbij toen ik nogmaals mijn zinnetje probeerde. Nee nee, riep ze voor zich uit en in ganzenpas sloegen ze samen een landweggetje in.
   Vanaf een verlaten erf keek ik ze na. Nog steeds zonder brandhout, maar mijn introverte Finnen had ik gevonden.

Like an Englishman in New York

april 2026
Uudenkaupungin Sanomat 2026 04 20

 

En daar sta je dan, met je tevreden oudhollandse kop in de lokale Finse Sanomat. Nee, ik had het er niet op aangelegd; me als buitenlander bij het instappen niet opvallender gedragen dan de meest introverte finneling. Er was een bustour, twee uur lang want er is heel wat te vertellen over deze plaats; er was een vriendelijke Fin naast me op de achterbank die me van een Engelstalige vertaling voorzag en er was een journaliste die graag wilde weten wat ik er als niet-inwoner van had gevonden.

Met haar ging ik na afloop koffiedrinken. Of ik aan de haven goed vond, of ik binnen goed vond, of ik de tafel in de hoek goed vond. Finnen zijn beleefd, overleggen en bieden ruimte. Het werd een twee-richtingen interview, waarin we elkaar om en om vragen stelden en ik probeerde meer inzicht te krijgen in de Finse volksaard. Bijvoorbeeld door te informeren naar de bijna magische karaktereigenschap sisu; in het woordenboek Suomi – Hollanti – Suomi van Henk Schouwvlieger en partner Aune Mäkynen-Schouwvlieger (aha!) vertaalt als: ‘moed, volharding, doorzettingsvermogen, verbetenheid.’

De journaliste beaamde de waarde van deze eigenschappen, volledig van toepassing op het karakter van haar landgenoten. ‘Maar er wordt ook een druk op je gelegd’, vervolgde ze. ‘Je hóórt ook sisu te hebben; krachtig te zijn en altijd door te gaan. Opgeven is geen optie. Wij Finnen doen niet aan smalltalk, maar zelfs in de meest openhartige gesprekken met vrienden is in de ruimte tussen flauwekul en bloedserieus vaak geen plaats voor het uitspreken van gevoelens van onmacht of vertwijfeling. Daarom doe je stoer mee met de anderen, hoewel dat onoprecht en heel alleen kan voelen. Ik denk dat niet-weten of niet-kunnen soms ook een kracht kan zijn. Ik ben echter een van de weinigen die er zo over denkt.’

Ole hyvä!

april 2026
Vogel kuiken vliegt uit
foto Paula Robinson, Unsplash

Ik denk dat je ole hyvä in het Finse taalverkeer kunt inzetten voor alles wat leidt tot een prettige dynamiek of daartoe aanspoort. (Ik weet het niet, maar denk het wel, op zijn Trumpiaans.) Ole hyvä heeft een positieve connotatie. Voor de mensen die tekenaar Peter de Smet kennen en zijn volledig ontspoorde stripfiguur De Generaal: het is het equivalent van: en hop! Van: daar gaan we! of van het vriendelijk meegaande: prima!   
   In Finland wordt het veel gebruikt. De dirigent besluit er de aankondiging mee van een optreden van zijn maandagavond dameszanggroepje, het wordt gezegd bij het uitserveren van koffie met ‘iets lekkers’ (welke hopman heeft ooit deze kleutertaal geïntroduceerd?), maar ook de weerman op tv gebruikt het als bruggetje bij het overschakelen naar de volgende animatie. Goed bedoeld past het altijd.

Vandaag passeerde ik de schuifdeuren van de plaatselijke Jysk, het wat grauwe Deense equivalent van die Zweedse gigant met zijn witte Billy’s en seniorenontbijtjes. Direct na het warmtegordijn liep ik aan tegen wat ik zocht: een hele grote tafel, met extra aanvulstukken te verbouwen tot een hele grote supertafel met volop ruimte voor nóg meer knutselhobby’s in de komende jaren. Het was een showmodel, met enkele schaafwondjes en daarom heel veel korting. Mijn! dacht ik hebberig en snelde naar de kassa. Ik betaalde en vroeg aan de verkoopster wanneer ik de tafel in gedemonteerde toestand kon meenemen, want met de poten er nog aan paste het onmogelijk in mijn auto.
   ‘Wanneer je maar wilt’, antwoordde ze.
   ‘Dus nu kan ook?’
   ‘Jazeker.’ Ze boog zich voorover, zette een mandje met gereedschap op de toonbank en schoof dat glimlachend naar me toe. ‘Ole hyvä’, zei ze.

Vogel kuiken vliegt uit
foto Paula Robinson, Unsplash
Art Museum Rauma Finland
Art Museum Rauma

Human mission

april 2026
Art Museum Rauma Finland
Art Museum Rauma

Vanochtend legde een Fin me in het Engels uit waarom men in dit land geen smalltalk door de conversatie weeft. Hij gaf als voorbeeld de situatie waarin de één een vraag stelt aan de ander. Voordat de vragensteller zijn mond opendoet heeft hij redelijk helder wat hij wil weten en ook hoe hij dat gaat verwoorden. Dat is zijn doel en misschien zou je het zelfs een missie kunnen noemen: vragen goed formuleren. Daarmee vergroot je niet alleen de kans op een inhoudelijk correcte reactie, maar wordt ook de ander de mogelijkheid geboden zíjn doel te bereiken: het geven van een juist antwoord.
   ‘Daar past geen chit-chat bij. Dat verwart en leidt alleen maar af van waar we elkaar willen vinden, in een geslaagde communicatieve transactie waarin beide partijen elkaar naar beste kunnen van dienst zijn geweest.’
   In zin waarover is nagedacht. Bij sommigen is het ‘praten om het praten’ bijna gekmakend aanwezig. In Finland kom je dat niet veel tegen, wanneer ik deze man mag geloven.
   ‘Het is doelloos’, zei hij, ‘dus waarom zou je?’

Vanmiddag liep ik naar de koffiezaak op de hoek van het marktplein. Op het bankje bij de kerk zag ik twee heren van, hoe zal ik dat eens zeggen, mijn leeftijd. Rijp middelbaar. Ze zaten met de bovenlichamen iets naar elkaar toe gedraaid en met de hoofden wat schuin, zoals je dat een hond kunt zien doen die luistert naar een beestje in het gras. Ze keken naar hetzelfde brokje rots dat aan hun voeten zijn kop boven het pad uitstak. In het voorbijgaan zag ik één van beiden plotseling knikken en vervolgens zijn hoofd oprichten om de ander in de ogen te kunnen zien. Wat hij zei kon ik niet verstaan, maar het klonk me in de oren als: ‘En zo gaan we het doen!’
   Hier gebeurt het! dacht ik. Op dit houten bankje worden eerst zinsconstructies tegen het licht gehouden, woorden gewogen, bedachtzame formuleringen aaneengesmeed. Pas dan volgt weer een stukje gesprek. Geen geneuzel tussendoor. Als mannen met een missie; in alle rust recht op hun doel af. 

Fins leren

maart 2026
Blond klein meisje met paardestaarten dat Fins leert
Tyttö

Wanneer iemand je vertelt ‘Fins te leren’ (de optimist), is de kans groot dat diegene is begonnen met Duolingo. In ieder geval ben ik er zo één. Duolingo geeft geen grammaticale uitleg, je moet gewoon lekker meedoen en proberen het te begrijpen. Het is tenslotte gratis. Kan nòg een vreemde taal er wel bij? Dat gaat best, denk ik. Voornamelijk wanneer het een keer lukt en ik een verband weet te leggen, denk ik dat graag.

Een voorbeeld van zo’n helder moment: Ben je dikke maatjes met iemand dan heb je een ystävä. Zou degene een jongen zijn, dan noem je hem een poika. Wordt het echt close dan heb je een poikaystävä; een boyfriend dus. Kijk, nu gaat er een lichtje op! (Doe deze oefening voor jezelf: tyttöystävä.)

Blond klein meisje met paardestaarten dat Fins leert
Tyttö
Schermafbeelding Duolingo Finlandblog

Andere keren staar ik naar het scherm en daar blijft het bij: staren naar aan elkaar geplakte woorden. Wanneer je een woordje Welsh spreekt, en wie doet dat niet, dan herken je ongetwijfeld: ‘Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch’ (‘De kerk van St. Mary in de holte van de witte hazelaar dichtbij de snelle draaikolk van de kerk van St. Tysilio met de rode grot.’) Misschien had je wat moeite met de kleur van de hazelaar, maar waarschijnlijk begreep je verder toch heel aardig hetgeen werd bedoeld.

Zover ben ik helaas nog niet wat het Fins betreft. Het blijft een ‘uitdaging’, met soms alle bestanddelen die het geheel tot een zin maken bij elkaar in slechts één woord gepropt.
Ostoskohtaisiko? is bijvoorbeeld een heel normale vraag van een vriendelijke verkoper die wil weten: ‘Zou deze aankoop jullie van pas komen?’ Help.
Gelukkig spreken de meeste Finnen ook uitstekend Engels (Onneksi suurin osa suomalaisista puhuu erinomaista englantia.) Hurraa!

Zeg, dat huis van jullie in Finland….

maart 2026
Voorjaar in tuin met zicht op kerk van Uusikaupunki in Finland.
Tuin in het voorjaar

Heel Nederland lijkt het hogerop te zoeken. Dat is natuurlijk overdreven, maar ik heb de indruk dat de Noordse landen als vakantiebestemming erg populair worden. Denemarken is lekker dichtbij, Zweden is ook best te doen en wanneer je eenmaal daar bent kachel je in een halve dag door naar Noorwegen. Of je gaat deels met de boot, dan kom je uitgerust aan.
En Finland? Finland is mijl op zeven. Natuurlijk kun je vliegen. Heel de wereld is zo ongeveer binnen een etmaal bereikbaar, dus dat geldt zeker voor Helsinki airport. Maar wil je er op een andere manier naar toe, met auto of trein en een stukje met de boot, dan moet je daar tijd voor uittrekken. Je moet wat moeite doen om  Finland en de Finnen te bereiken.

Voorjaar in tuin met zicht op kerk van Uusikaupunki in Finland.
Tuin in het voorjaar
Uitzicht in de winter op kerk van Uusikaupunki in Finland.
Pad langs het huis op een winterochtend

Jawel. De komende jaren gebruiken we ons huis als vakantiehuis. In de tussenliggende periodes staat het leeg en daarvoor is een huis niet gebouwd. We stellen het daarom beschikbaar aan bijvoorbeeld:

  • schrijvers of andere kunstenaars, om ongestoord te werken
  • mensen die zich tijdelijk willen terugtrekken van het dagelijkse leven

Er is plaats voor 4 personen en je kunt er ook de vakantie met partner of gezin doorbrengen. We maken er echter geen tralala-airbnb-feestje van, we gunnen je een verblijf in ons huis maar het is niet ons verdienmodel. Rustige, verantwoordelijke mensen die we kennen of voorafgaand hebben gesproken zijn van harte welkom. Op de sites Uusikaupunki  en Ukilife staat veel informatie. Over wat daar niet te vinden is kun je het beste even mailen.

Dus eventueel...?

De kortste afstand in kilometers van Utrecht naar:

  • Nice is 1350 kilometer
  • Uusikaupunki is 1750 kilometer + een nacht op de boot
En de afstand...
Een beker koffie en een kaneelbroodje, in het Fins: kahvia ja pulla.

Kahvia ja pulla!

februari 2026
Een beker koffie en een kaneelbroodje, in het Fins: kahvia ja pulla.

Is het niet vreemd? Nog even en ik mag met een seniorenkaart minder duur mee met de trein, krijg korting bij bezoek aan musea en wanneer ik me een beetje aanstel en wat krom ga lopen mag ik vast vooraan staan wanneer koning of president in défilé voorbijkomt. Maar toch. Alle oefening en ervaring ten spijt kan het nemen van hobbels even spannend blijven als zo’n eerste keer, wanneer je bijvoorbeeld het jongste buurmeisje wel eh, leuk vindt, of zo, en nauwelijks durft te vragen of zij, misschien, met jou…

Vanmiddag bestelde ik in mijn beste Fins koffie met een glutenvrij kaneelbroodje. De jonge vrouw achter de toonbank knikte en antwoordde dat ze het zou komen brengen. Opgetogen ging ik zitten. In een broodjeszaak kun je een dergelijk gesprekje verwachten, maar toch. We hadden elkaar begrepen, in één keer en zonder aarzeling. Toen ze het bordje voor me neerzette kriebelde het in mijn buik en het voelde als een halve eeuw geleden; alsof ze het meisje met de beugel was dat me zojuist mijn eerste zoen had gegeven. Wat een wonder.

Een rots is een rots is een rots

februari 2026
Rotsblok in kelder

In de kelder van het huis ligt een rotsblok. Het heeft een behoorlijk formaat: een meter of 5 lang, zo’n anderhalve meter breed en ongeveer 1.30m hoog. Wat doet het daar? Waarom ligt het juist op die plaats? Om te beginnen met de eerste vraag: het brengt rust. Misschien klinkt dat vreemd, maar telkens wanneer ik het licht aanknip lijkt de rots me te zeggen:
‘Yo! Ik ben er nog. Ik was hier al eeuwen voordat jij geboren werd en het moet wel heel gek lopen wil ik je niet ook enkele eeuwen overleven. Ik ben jouw grote zijn voorbeeld. Ik doe niet, ik beweeg niet, ik anticipeer of wanhoop niet. Verwachtingen zijn mij vreemd, evenals hoop of teleurstelling: ik ben, that’s it.’
Het is een aangename sensatie in die koude kelder: er alleen even zijn.

Een modern mens houdt dat echter niet lang vol en schakelt al snel over op de andere vraag: waarom, waarom juist daar, op die plaats? Je mag aannemen dat de bouwers van het huis niet in een later stadium hebben besloten de benedenverdieping met wat rots op te leuken, en ze na de bouw ook niet het keldertrapje afdaalden en verrast waren over het gesteente dat ze daar aantroffen. Men heeft welbewust om de rots heen gebouwd. Miksi?

Rotsblok in kelder

Het huis is gebouwd in 1945 en uit dat jaar dateert tevens de eerste luchtfoto waarop het staat afgebeeld. Volop ruimte daar beneden, zou je denken. De lange banen aan weerszijde van het huis duiden op landbouw en dat beoefenen boeren bij voorkeur op vlakke grond. Het huis een stukje opschuiven naar links of naar rechts had best gekund. Dus waarom zijn de muren juist gemetseld rondom de enige puist die aan het pad zijn kop opsteekt?

In de Kalevala, het “Epische werk der Finnen” zoals het soms ronkend wordt genoemd, speelt de relatie tussen rotsen en de mythologie een belangrijke rol. Rotsen vormen daarin een thuisbasis van helden en zijn symbolen van wijsheid.
In 1945 had Finland net de Winteroorlog achter de kiezen, vrijwel direct gevolgd door de Vervolgoorlog. Bedachtzaamheid, rust en stabiliteit waren toen meer dan welkom. Zou het huis daarom op die plaats zijn gebouwd, opdat het kon steunen op de fundamenten van de Kalevala?

Bashing Air France

februari 2026
Toestel van Air France bij nacht, gefotografeerd door een spiegelende ruit van Helsinki Airport
Toestel van Air France bij nacht, gefotografeerd door een spiegelende ruit van Helsinki Airport

In de afgelopen twaalf maanden ben ik vier keer van Clermont Ferrand naar Helsinki en teruggevlogen. Dat is veel te vaak, dat ben ik met je eens en het zal niet meer gebeuren. Ik vloog altijd met Air France, want in het vergeten deel van Frankrijk waar ik woon is dat de enige kleur waaruit gekozen kan worden. Helaas, voeg ik daar onmiddellijk aan toe, want van die vier reizen werd ik slechts één keer probleemloos op Franse zwanenvleugels gedragen. De andere reizen klapperde het behoorlijk onderweg en viel ik van vertraging in annulering, om uiteindelijk te landen in een noodgedwongen hotelovernachting. Past dit in een blog over Finland? Strikt genomen niet. De bestemming was Helsinki. Een zwak argument, ik geef het toe. Maar misschien is het voor iemand die gewend is te kunnen selecteren uit diverse vliegmaatschappijen aardig om te weten wat het sneue type dat het met Air France moet doen allemaal krijgt bij alweer een ‘technische storing’. Want dat is niet mis!

Om te beginnen: 1200 sms’jes, mailtjes en berichtjes via de app. Vervolgens, na mijn vloek, mijn grom en mijn zucht, het wachten, hangen en ronddrentelen. Dan de oproep en het verzamelen bij een geharnaste bewaakster met ijzige blik, gepokt en gemazeld in dergelijke situaties. Vervolgens de zwaan-kleef-aan optocht naar balies ver weg van de andere reizigers die dit allemaal niet hoeven te horen.Bij die balies krijgen we: vouchers! Een voucher voor een nootje of glaasje op het vliegveld (ja leuk, ik blijf nog even) en een voucher voor een hotel, als je geluk hebt tenminste en niet alles zelf hoeft te regelen. Het belangrijkste wat men je echter geeft is een papieren boardingkaart voor de volgende ochtend – maar zover is het nog niet.

Wat krijg je nog meer? Een mooie witte kunststofzak, afgesloten met een sticker waarop is vermeld dat het inpakken werd verzorgd door wat ooit een sociale werkplaats werd genoemd. Het heeft nu een meer verhullende omschrijving gekregen, wellicht omdat het gek is om sociaal te werken. Hoe dan ook, ik ben te moe om de relevantie van de informatie te doorgronden en zekerheidshalve maak ik de zak heel zorgvuldig open. Wat heeft men er allemaal ingestopt? Niet iedereen is zo gelukkig een noodpakket van AF te ontvangen, dus ik vertel het je graag. Om te beginnen: 2 (twee) wattenstaafjes. Met een houten stokje (let wel!) want ze zijn natuurlijk wel van het milieu bij Air France en hebben bovendien een grote liefde voor zeepaardjes. Je mag zelf je methode kiezen: ééntje voor ’s avonds en de ander de volgende ochtend; of het ene stokje voor het linkeroor, de ander voor het rechter en de stokjes dan zo neerleggen dat het de volgende ochtend na 5 uur slaap nog duidelijk is welke kant je moet nemen.

Verder: een wegwerp scheermesje. Tip: gebruik dit alléén voor het gezicht en doe dat met de grootst mogelijke voorzichtigheid. Van de middelbare school herinner ik me: opperhuid – lederhuid – onderhuids vetweefsel. Ik doorploeg ze alle drie. Let ook goed op de kleine lettertjes die zijn gedrukt op de zakjes scheergel en tandpasta, want hoewel de verpakkingen volledig identiek lijken, is de inhoud dit zeker niet. Ja! een tandenborstel met houten handvat. Top. Een eeltrasp. Ik kan een dag zonder, maar je zult er maar om verlegen zitten. Voor shampoo of douchegel moet het hotel maar zorgen, daar beginnen ze bij Air France niet aan. Daarom, alsof de persoonlijk assistent van de grote baas dat toch wat truttig vond: een fris ruikend wit T-shirt; one size fits all – ook als je morbide obees bent. Het logo van Air France had van mij achterwege mogen blijven, maar het voelt toch als een cadeautje.  

Dat krijg je allemaal van Air France wanneer ze weer eens in gebreke zijn gebleven. Maar, eerlijk is eerlijk: twee maanden na dato en vijf herinneringsmails later is de compensatie op mijn bankrekening bijgeschreven. De taxi wordt niet vergoed, want ik had best van het vliegveld naar het treinstation kunnen lopen.

 

 

Eindexamentijd

februari 2026

Voor de laatstejaars is het klaar. De lessen zijn afgelopen en om dat te vieren worden de leerlingen in carnavaleske kleding door het centrum gereden. Drie rondjes, want het plaatsje is maar klein en anders is het wel heel snel afgelopen. Nog vier weken blokken, dan de examens en daarna zit het er echt op.

Een dag later zijn dezelfde jongens en meiden op de markt voor de traditionele dans waarmee ze afscheid nemen van school. Het is moeilijk voor te stellen dat deze prachtige, statig walsende jonge mensen de smurfen en cowboys van gisteren zijn die jolig snoepbeertjes naar de kinderen wierpen.

Sommige meiden dragen niet meer dan een witte bolero over hun galajurk. Als ze hun armen heffen en draaien in de dans, zie ik door de ruitjes van de opengewerkte rugpanden hun zonnebankbruine huid. Het is min 15.

Vanochtend stond hij voor de deur om het huis van binnen te zien: Risto-Matti, de stut en toeverlaat die ’s winters iedere week sneeuw komt schuiven en zal controleren of de elektrische kachels nog werken en de waterleiding niet gesprongen is. We maken de afspraken mondeling. De betaling (gewoon maar alles in één keer?) lijkt bijzaak en vooral wil hij filmpjes laten zien van verre familie aan tafel in Frankrijk, zijn vakanties in Parijs en zijn vrouw – kijk, daar, linksonder in beeld. Na twintig minuten vertrekt hij weer en heb ik de sleutel van mijn huis toevertrouwd aan iemand die ik nooit eerder had ontmoet.

Het vriest 25 graden en mijn dochter neemt de proef op de som. Ze vult een beker met kokend water, gaat ermee naar buiten en gooit de inhoud van de beker in een ruime boog over zich heen. Er blijft niets van over, geen druppel valt naar beneden. Slechts een klein beetje mist blijft even hangen en verdwijnt dan ins blaue hinein. Wat natuurkunde ons over chemtrails leren kan. 

Chemtrails

februari 2026

De vliegtuigmotor buldert een rij of vijf voor me. Wanneer ik mijn voorhoofd tegen het raampje druk en de romp volg naar links, zie ik hoe de lucht daar minder doorzichtig wordt en transformeert in een melkglasachtige trilling. Zou ik een diagonaaldenker zijn met dissociatieve aspiraties, dan kon ik nu achteroverleunen in mijn stoel; tevreden met de bevestiging dat alles voor mij verborgen wordt gehouden – het reservoir waaruit manipulerende chemicaliën worden gesproeid niet uitgezonderd.

Boven de eilandengroep Åland begint de glijvlucht richting Helsinki. In feite zijn er geen eilanden zichtbaar, het zijn brokken rotsig land geworden die zich moeizaam door ijs naar boven drukken. Alles lijkt bevroren en te zijn omgezet in een koude wereld, wachtend op meer zon. De duizenden watertjes tussen de rotsblokken zijn verdwenen en de Botnische Golf om dit alles heen is een verstilde witgrijze zee zonder golven geworden.

Op het hoofdeiland lijken alle meren gevuld met gevriesdroogd graniet. Ook hier is met uitzondering van de rookpluimpjes boven de boerderijen geen enkel teken van leven. Er rijdt geen auto, er loopt geen vee, er is geen mens. Voordat we de oversteek naar het vasteland maken zie ik op een van de laatste eilandjes toch nog een zwart figuurtje, scherp afgetekend tegen het geel van zijn woning. Ik herken zijn houding, zo loop ik thuis ook met mijn armen vol stookhout. Net voordat ik hem uit het oog verlies houdt hij even in; misschien om naar boven te kijken, naar de twee witte staven in de blauwe lucht die ons voortduwen. Om daar zijn gedachten over te hebben.

Het vriest 25 graden en mijn dochter neemt de proef op de som. Ze vult een beker met kokend water, gaat ermee naar buiten en gooit de inhoud van de beker in een ruime boog over zich heen. Er blijft niets van over, geen druppel valt naar beneden. Slechts een klein beetje mist blijft even hangen en verdwijnt dan ins blaue hinein. Wat natuurkunde ons leren kan. 

Het Walhalla

januari 2026

Ben je een ‘ervaringsdeskundig glutenintolerant’, dan kun je het bijna niet geloven. Ga naar de Hesburger (de Finse Mac, maar zonder bijsmaak) en bestel een hamburger met een glutenvrij broodje. Doe het aan de balie of bij de automaat, dat maakt niet uit, en je krijgt een glutenvrije hamburger! Niemand zegt: I’m very sorry to inform you that this option is not implemented in our system yet (UK), Quoi? (FR), of: Hebbewenie (NL).

Bij het eerste bezoek ontbreekt het je nog aan vertrouwen. Omdat je niet weer een doorwaakte nacht op het toilet wilt doorbrengen, informeer je zekerheidshalve of het wel echt klopt en of je goed begrepen bent. Weet u het zeker, is het echt glutenvrij? Finnen zijn even duidelijk als beleefd en je kunt derhalve bij de Hesburger (of wegrestaurant of waar dan ook) een reactie verwachten waarbij de mond zegt: ‘Bijna alles is hier glutenvrij, het staat toch op de bordjes?’, terwijl tegelijkertijd hun ogen duidelijk maken: ‘als je nu niet ophoudt met zeuren heb ik liever dat je weggaat. Dankbaar druip je af.

In de supermarkt — want je wilt ook wel eens thuis eten — ga je alleen voor het brood naar een aparte afdeling. Daar vind je verse broodjes en bolletjes in grote variatie. Rond, plat, van haver gebakken, met rozijnen, gesneden of aan het stuk; alles wat normale mensen vanzelfsprekend vinden. Maar wel: gluteeniton. De rest van je boodschappen staan simpelweg tussen het reguliere assortiment, met een duidelijke vermelding en een begrijpelijk logo. Buitengewoon aangenaam.
Niet langer ben je veroordeeld tot een lullig stellingkastje waar glutenvrije producten tussen suikervrij en biologisch zijn gepropt – afdeling ‘vreemd’. Nee, je pakt wat je nodig hebt gewoon tussen de doosjes en zakjes van de anderen vandaan. Eindelijk hoor je er weer bij!

Wellicht kun je de mate van beschaving van een land aflezen aan hoe de overheid en het bedrijfsleven omgaan met burgers die niet in het plaatje passen; aan de mensen met een rafelrandje. Degenen met scheurtjes, defecten of enkele flinke deuken hier en daar. Met iedereen dus eigenlijk, want bij wie zit er geen steekje los? (Met uitzondering natuurlijk van regeringsleiders met rare kapsels of enge ogen. Daar klopt alles, die zijn volstrekt normaal.)

januari 2026

Optie 1

Het schijnt Nederlandse folklore te zijn: sloop alles uit het huis wat je net hebt gekocht. De keuken, de badkamer, vloerbedekking en tussenmuren: het dondert niet, alles moet eruit want alles moet nieuw. Plattegrondjes komen eraan te pas; kleurenwaaiers, tijdschema’s, professionals die eigenlijk geen tijd hebben – en uiteraard een persoonlijk kredietadviseur. Tempo maken met het eigen maken om snel herinneringen te kunnen maken. De slapeloze nachten duren lang, maar overdag gaat het van huphuphup en vervolgens: genieten maar! Zou kunnen.


Optie 2

Een jaar lang op mijn handen zitten en overal vanaf blijven. Niet hameren en boren en ook niet uitbreken, of bij voorbaat weggooien wat ik later misschien zal waarderen of waaraan ik gewend ben geraakt. Zaken waarover ik dan wellicht zal denken: eigenlijk is het wel best zo.  Een jaar om het huis aan te voelen, om de geuren en geluiden te leren kennen en om bezoekjes aan de rots in de kelder te brengen. (In den beginne schiep Hij de aarde met alles erop en eraan en met hier en daar een stenen puist. Een mindere God legde om één van die rotsblokken de fundamenten en bouwde daar zijn huis bovenop. Het onze.) Tijd genoeg om daar eens rustig over te peinzen.

En dus ga ik op de bovenverdieping niet direct aan de slag met links en rechts van de schoorsteen wandjes zetten en er een deurtje inhangen om er een kamertje te maken met een leuk verfje en ander behangetje en een aardig kleedje op de vloer. (Er is meer dan ruimte genoeg in huis dus nodig is het niet, maar toch, handig als extra kamer of zo. Qua optimale huisbenutting. Kunnen meteen die lelijke spotjes weg.) Ga ik allemaal niet doen.

Ja, jammer. Dat wel.

fout: Inhoud is beschermd.
Scroll naar boven